Dat is beste eigenschap die een apporterende jachthond kan hebben.
Hebzucht maakt een apporteur goed!
Op jacht heb je een wildvinder nodig en niet een hond die leuk door het veld hobbelt en enpassant ook nog die dooie fazant meebrengt. Die aangeschoten fazant of eend vereist een doorzetter om binnen te komen.
Natuurlijk moet die gedreven hond ook netjes zijn opgevoed en keurig gehoorzaam zijn, want anders valt er geen wild meer te schieten.
Training
In de opleiding zal ik mijn hond niet bestraffen voor inspringen (als het me lukt om me te bedwingen). Natuurlijk zegt mijn eerste impuls “dat mag niet”. Maar als ik mijn verstand gebruik dan realiseer ik me dat de hond doet wat hij van nature moet doen. Basta.
Ja, maar dat mag toch niet? Klopt, maar een hond snapt niks van door mensen gemaakte reglementen!
Mijn hond moet hebzuchtig zijn! En blijven en daarom zal ik hem niet bestraffen voor inspringen.
Wat dan? Ik sla mezelf drie keer voor de kop en bouw mijn training zorgvuldiger op.
Opbouw
Al jong leer ik een pup te blijven zitten. Zit, blijf, braaf blijf. Als hij zich realiseert dat ik trots op hem ben als hij blijft zitten dan zal hij dat graag doen. Dus is de formule dat ik de jonge hond alleen datgene vraag wat hij goed kan en daarvoor beloon ik hem. Van belonen leert hij goed gedrag. Ook al is dat tegen zijn natuur in.
Want als de pup op enige afstand kan zitten dan leg ik langzaam een balletje op de grond. Beloon hem voor zijn keurige zitten en pak het balletje weer op.
Langzaam, heel langzaam bouwen we dat uit.
Van nature apporteert mijn hond, dus dat hoeft nauwelijks geleerd te worden. Maar ik mag hem er natuurlijk nooit voor bestraffen als en dat hij apporteert! Dus leer ik hem vooral om keurig te zitten en te respecteren.
Respecteren
Hoe leer ik dat aan? Niet anders dan de hond te laten respecteren wat hij aan kan. Altijd zo gemakkelijk dat ik hem kan, mag en moet belonen. Die beloning is nodig omdat blijven zitten totaal onnatuurlijk gedrag is. De intuitie van de hond zegt hem de buit te moeten brengen. Dus zal ik hem voor dat goede gedrag nooit bestraffen! Nooit! Als ik het te moeilijk gemaakt heb, dan is dat mijn fout en niet de fout van de apporteur die keurig de buit brengt.
De aanhouder wint
De kunst is om als opvoeder je geduld te bewaren.
Niets mag er gebeuren dat ik mijn hond wil bestraffen en als ik die neiging toch krijg, dan laat ik het maar rustig “fout” gaan, want dan ben ik het doe mijn hond niet goed heb gelezen en voorzichtiger had moeten zijn.
Keurig gedrag, dat is wat de hond met veel repeteren en belonen moet aanleren.
Leren met straf?
Stel je voor dat ik de hond bestraf voor inspringen. Natuurlijke aanleg maak ik dan onzeker.
Welnu, dat is wel het laatste wat ik wil.
Denk daar maar eens goed over na!
Nel Barendregt
